Een kind.
Een kind niet geboren uit liefde.
Niet geboren uit warmte.
Een kind geboren uit verdriet en pijn.
Dat was haar hele zijn.
Zij voelde geen liefde geen warmte.
Van binnen voelde zij verdriet en pijn.
Dat kind Wilde ER soms niet meer zijn.
Dat kind had het koud.
Voelde zich eenzaam en alleen.
Gevochten heeft zij voor haar bestaan.
Heel diep heeft zij moeten gaan.
Dat kind is nu een vrouw.
Langzaam stapt zij uit de rouw.
Zij voelt de warmte en de liefde om haar heen,
Van de mensen die om haar geven.
Voor hen wil zij verdergaan.
Al is de eenzaamheid nooit helemaal uit haar verdwenen,
En voelt zij zich nog vaak alleen.
Die pijn diep van binnen zal nooit over gaan.
Zij zal het met zich meedragen de rest van haar bestaan.
Marianne.